#
Een groot onrecht
Lucia werd op 13 december 2001 gearresteerd en op 18 juni 2004
veroordeeld voor 7 moorden en 3 pogingen tot moord. Na aanpassing van
het vonnis zit zij nu een levenslange gevangenisstraf uit in de
vrouwengevangenis van Nieuwersluis
(levenslang betekent in Nederland echt
levenslang).
Dit vonnis is ronduit verbijsterend wanneer de argumentatie van
justitie tegen het licht wordt gehouden: er blijkt dan geen enkel hard
bewijs te bestaan. Er zijn geen getuigen of belastende materialen.
Lucia is nooit op iets verdachts betrapt. Er zijn bij haar nooit
gifstoffen
gevonden waar de moorden mee zouden zijn gepleegd.
Evenmin is een motief bij de vermeende dader geconstateerd.
Er zijn wel veel
fabeltjes en
verdachtmakingen,
medische missers en
achtergehouden informatie,
verkeerd onderzoek en
foute statistiek.
De media
hebben het
feilen van het OM
in de zaak Lucia de B. de afgelopen twee jaar terecht uitvoerig in beeld gebracht.
Lucia heeft nooit bekend, ondanks uitputtende en vernederende
verhoren. Ze wist dat als ze wél had bekend – met
bijvoorbeeld als motief dat ze ernstig zieke kinderen en bejaarden had
willen verlossen uit hun lijden – ze een aanzienlijke
strafvermindering had kunnen krijgen.
Hoe is het mogelijk dat iemand in een rechtsstaat toch tot de
zwaarst mogelijke straf wordt veroordeeld, terwijl er geen enkel
concreet bewijs is dat haar schuld aantoont?
#
Sterftecijfers
Lucia werkte in september 2001 al een jaar als gediplomeerd kinderverpleegkundige in het Juliana Kinderziekenhuis
(JKZ)
in Den Haag.
Daar heerste op dat moment door fusieperikelen veel onzekerheid en
onrust. Er werd door de kinderartsen gesproken over “te veel
kinderen die overleden”, wat in de sterftecijfers nooit naar
voren is gekomen. Integendeel, in de werkzame periode van Lucia was het
sterftecijfer zelfs
lager
dan in de voorgaande en latere jaren.
Na het overlijden van een ernstig
ziek babietjeop
4 september 2001 werden openlijk verdenkingen jegens Lucia geuit. Lucia
was toevallig wel “wat vaak” in de buurt bij een overlijden
of incident. Een collega wist het een en ander over Lucia's verleden:
ze was prostituee geweest, etc…
De directeur van het JKZ deed aangifte en trad snel in de publiciteit met een zwaarwichtige
verklaring
over een aantal sterfgevallen.
Politie en justitie lieten zich in die angst-hysterische reactie
meeslepen: bij het onderzoek ging het niet in de eerste plaats om
waarheidsvinding, maar om het links- of rechtsom bewijzen dat Lucia een
moordenaar was. Een klassiek geval van tunnelvisie.
Lucia's verleden werd doorgespit en openbaar gemaakt. En inderdaad, zij
kwam uit een ander milieu dan de meeste van haar collega's. Nog voordat
er een rechter aan te pas kwam, werd zij in de media afgeschilderd als
de
Engel des Doods.
#
Statistiek
In de ten laste gelegde daden zelf zit geen enkele samenhang. Het
enige feit dat haar verdacht maakte was haar aanwezigheid bij
“zoveel” sterfgevallen. Door het JK Ziekenhuis in Den Haag
werd in eerste instantie een amateur-statistische berekening gemaakt
over de kans dat een verpleegkundige “zo vaak” aanwezig was
bij sterfgevallen. Later is dit door rechtspsycholoog dr. H. Elffers
verder uitgewerkt en hij kwam tot de conclusie: “het kan geen
toeval zijn”. De kans dat Lucia aanwezig was bij de aangegeven
sterfgevallen zou 1 op 342 miljoen zijn. Maar bij herberekening komen
de professoren statistici
Gill en
Groeneboom tot
1 op 9
en na bijwerking in 2009 tot
1 op 25.
Het Grote Getal (1 op de 342 miljoen) heeft in september 2001 alle
sterfgevallen verdacht gemaakt waarbij Lucia misschien aanwezig was
geweest. Een medisch deskundige geeft ook in zijn getuigenis aan dat “elk
sterfgeval afzonderlijk wel als een natuurlijke dood kan worden
beoordeeld, maar dat alle gevallen tezamen bezien er sprake moet zijn
geweest van onnatuurlijke sterfgevallen…”
De vier ziekenhuizen, waar Lucia had gewerkt, kwamen met een lijst
met 30 ‘moorden’. Sterfgevallen, waarvoor aanvankelijk een
natuurlijke overlijdensverklaring was afgegeven werden na de dood van
baby A op 4 september 2001 plotseling als medisch onverklaarbaar en
onverwacht aangemerkt.
Van die lijst moesten later de meeste “onverklaarbare
sterfgevallen” verdwijnen omdat Lucia er niet bij betrokken kon
zijn geweest. Daarmee werden deze verdachte sterfgevallen zonder verder
onderzoek weer natuurlijke sterfgevallen. Was Lucia echter wel in de
buurt, dan werd bijna automatisch aangenomen dat de doodsoorzaak niet
natuurlijk, en dus een moord was.
#
Beeldvorming
De heer L.E.E. Ligthart, psycholoog, noemt Lucia ongezien al bij
aanvang van het politieonderzoek een “klassieke
psychopaat”. Ook anderen, zoals autodidacte Paula Lampe, leggen
in geschriften haarfijn uit waarom Lucia geheel voldoet aan de criteria
van een seriemoordenares. De fabels over Lucia’s verleden worden
daarbij als treffende illustratie gebruikt, maar niet geverifieerd:
Het politierapport uit Canada, waarin wordt gesteld dat er geen enkele
aanwijzing voor brandstichting of gewelddadig gedrag is gevonden,
blijft onbesproken. Ook de verhalen over het gif in huis, het lid zijn
van een heksenclub, een gebrand kruis op de borst, het zetten van een
eigen overlijdensbericht blijven – ongestraft – rondzingen.
Zo wordt steeds maar weer het beeld van een vreselijk hysterisch
personage bevestigd.
Deze verhalen zijn bewezen onwaar en toch blijft men ook nu nog zeggen:
“de bewijsvoering is niet deugdelijk, maar dat mens deugt toch
niet”…
#
Compulsie
Lucia was volgens het Hof leugenachtig en geraffineerd. Ze leed aldus het Hof aan een “compulsie tot doden”.
Het woord “compulsie” heeft Lucia enige keren – als
chique woord – in haar dagboeken geschreven. Voor haar ging het
die keren om de drang, het niet kunnen laten, om voor patiënten
tarotkaartente
leggen. Ze had zich lange tijd serieus met Tarot bezig gehouden. Voor
een verpleegkundige vond ze deze “alternatieve steun”
echter zeer ongepast en iets wat ze per se moest bestrijden en ook
geheim moest houden.
Volgens onderzoek van het Pieter Baan Centrum lijdt Lucia niet aan een
geestelijke stoornis die haar tot moorden zou kunnen brengen. Men vond
daar in tegenstelling tot het Hof “het gedoe met de
Tarotkaarten” juist passen bij Lucia’s persoonlijkheid.
#
Rechtsgang
Op 24 maart 2003 wordt Lucia door de
rechtbank in Den Haag
veroordeeld tot levenslang voor 5 moorden en 2 pogingen tot moord.
Bij het hoger beroep op 18 juni 2004 bij het Gerechtshof in Den Haag
wordt dat gewijzigd in levenslang plus tbs voor 7 moorden en 3 pogingen
tot moord.
Bij de behandeling in hoger beroep heeft men met vergezochte
constructies in één geval van ‘moord’ en
één geval van ‘poging tot moord’ bewezen hoe
Lucia deze gepleegd zou kunnen hebben. De bewijsvoering is echter
inconsistent en ondanks het breedsprakig geconstrueerde
Haagse arrestweinig
overtuigend. Het bewijs voor de digoxine-vergiftiging is bovendien niet
gebaseerd op wetenschappelijk verantwoorde onderzoekmethodes. In alle
andere gevallen heeft men zelfs niet de moeite genomen te verklaren hoe
Lucia haar ‘misdaden’ kon plegen, zonder een spoor achter
te laten.
Het begrip schakel- of kettingbewijs is hiervoor in de
plaats gekomen. Zo’n schakelbewijs werkt als een trein: de twee
zogenaamde bewijzen van moord en poging tot moord zijn de locomotief,
waar de wagons met de andere zaken aan worden gehangen. Zet dus maar
onbewezen zaken achter een schijnbaar bewezen zaak, dan wordt –
volgens deze juridische kronkelweg – de hele trein van zaken
bewezen…
Wie de moeite neem het arrest van het Haagse gerechtshof te lezen,
wordt getroffen door de toon van blinde haat tegen Lucia en de
minachting voor haar advocaten. De rechters waren zó emotioneel
dat ze Lucia veroordeelden tot levenslang met daar bovenop tbs: de zwaarste straf ooit gegeven sinds in 1870 de doodstraf uit het Nederlands strafrecht verdween.
Ook de
Hoge Raadbegreep
niet hoe een straf, bedoeld om iemand voorgoed uit de samenleving te
verwijderen (levenslang), gecombineerd kan worden met een maatregel
bedoeld om iemand terug te leiden naar die samenleving (tbs). Men wees
de zaak op 14 maart 2006 terug naar het Hof in Amsterdam. Wel gaf de
Hoge Raad merkwaardig genoeg expliciet haar goedkeuring aan de
bewijsvoering.
Het
gerechtshof van Amsterdam
heeft in juli 2006 Lucia op grond van de ten laste gelegde feiten alleen tot levenslang veroordeeld. De bewijslast zelf had het Hof moeten accepteren zoals die er al was.
De eerder opgelegde tbs kwam daarmee te vervallen.
#
Commissie Evaluatie Afgesloten Strafzaken
Op 27 juli 2006 dient professor Ton Derksen, schrijver van het boek over
Lucia de B,
bij de commissie Buruma een verzoek in om de zaak Lucia voor te dragen
aan de commissie Posthumus II, ook wel Commissie Evaluatie Afgesloten
Strafzaken, CEAS, genoemd.
De commissie Buruma heeft dit verzoek ingewilligd. Op 18 oktober 2006
start de commissie Posthumus II onder voorzitterschap van
advocaat-generaal Grimbergen een onderzoek.
De aandachtspunten betreffen grofweg gezegd:
- Zijn alle factoren bij de kansberekeningen over het
aantal sterfgevallen goed meegenomen, m.a.w. kan er toch geen sprake
van toeval zijn?
-
Hebben de deskundigen voor hun onderzoek wel beschikt over de juiste en volledige informatie?
- Wisten de deskundigen ten tijde van het onderzoek dat
de digoxinetesten (waarop de hele veroordeling gebaseerd is) voor deze
onderzoekssituatie niet valide waren?
-
Hoe verhoudt zich het compulsieverhaal tot de dagboekgegevens en het persoonlijkheidsonderzoek?
Het is een beperkte opdracht geweest voor de commissie Posthumus.
Men moest zich tot studie van het politieonderzoek beperken, en liet
dus de vervolging door het OM en de redeneringen van het hof buiten
beschouwing. Ook de kern van de zaak – de medische bewijslast
– bleef buiten beschouwing.
Cruciaal in de zaak Lucia is dat de opgefokte angst in het
ziekenhuis (hoe begrijpelijk ook) heeft geleid tot verdenkingen en
verdachtmakingen. Het ziekenhuis heeft in de aanzet tot het
politieonderzoek een belangrijke rol gespeeld en zelf té snel
zijn conclusies naar buiten gebracht.
Medische deskundigen, die in een vroeg stadium vriendschappelijk
geraadpleegd waren, traden later op als gerechtelijk deskundigen. De
informatie over ziektegeschiedenissen werd niet door een onafhankelijk
medisch-juridisch team verzameld, maar door het aanklagende ziekenhuis.
Relevante gegevens bleven tijdens het proces buiten beschouwing.
Wat zeker ook een subjectieve factor is geweest is de collegialiteit
binnen de medische en de juridische beroepsgroep. Deskundigen waren het
aanvankelijk vaak niet met elkaar eens, maar dat betekende niet dat er
protest werd aangetekend tegen de visie.
Juristen en ook het NFI (gerechtelijk laboratorium) kregen medische
informatie aangereikt die omgezet moest worden in een juridische
bewijslast. De twijfel die er altijd bestaat in de medische
beroepsuitoefening kon niet meegenomen worden in de absolutere
juridische taal. Ook dat is Lucia noodlottig geworden.
Dit meldden we op deze website al in maart 2006. Het
rapport van de commissie Grimbergen,
dat geheel overeen kwam met onze vermoedens en bevindingen, werd pas op
28 oktober 2007 gepubliceerd. De commissie concludeert dat de zaak
Lucia de B. op basis van de beste wetenschappelijke analyses van de
digoxinevergiftiging tot vrijspraak had moeten leiden.
Grimbergen c.s. spreken over: onderbuikgevoel, geen oog hebben voor alternatieve scenario’s, het kiezen van deskundigen op basis van persoonlijke bekendheid in plaats van expertise, coaching
van JKZ-personeel voorafgaande aan het politieonderzoek, fouten in de
statistiek, onvolledigheid van het OM bij het verstrekken van
informatie aan getuige-deskundigen.
De procureur-generaal van de Hoge Raad ziet ondanks de scherpe
bewoordingen van het rapport Grimbergen geen mogelijkheid om het advies
tot heropening direct over te nemen. Hij startte november 2007 een
nader onderzoek om te bekijken of er sprake is van een novum om de zaak te heropenen. Lucia’s advocaat werd verzocht geen interfererende acties te ondernemen.
Dit onderzoek loopt nog…
#
Lucia zelf
Lucia de B. zit sinds 2001 opgesloten in de cel. Op 5 maart 2006, na
de voor haar verbijsterende uitspraak van de Hoge Raad werd Lucia
getroffen door een beroerte. Zij heeft 10 uren versuft en verlamd in
haar cel gelegen voordat ze naar een ziekenhuis werd gebracht. Langzaam
is ze er weer bovenop gekrabbeld. Haar spraak is weer bijna normaal
geworden, ze loopt nog wat ‘hompelig’, maar met haar
rechterhand kan ze niets meer. De straf is zo nog zwaarder geworden.
Niet alleen voor haar, maar ook voor haar dierbaren.
Een verzoek tot strafonderbreking werd door staatssecretaris Albayrak
op 24 februari 2008 afgewezen. Uit medisch onderzoek zou niet naar
voren komen dat continueren van de straf meer gezondheidsrisico’s
met zich mee brengt dan strafonderbreking…
#
Website en reacties
Om het onrecht, dat Lucia is aangedaan, te bestrijden, is het
Comité Lucia opgericht. Het comité wil haar helpen:
juridisch, financieel, moreel, sociaal en ook medisch. Deze website
speelt daarbij een samenbindende rol. Metta de Noo-Derksen schreef het
merendeel van de teksten.
Inmiddels hebben we veel
reactiesgekregen,
waarvan we een groot deel op de site geplaatst hebben. Het is soms
schokkend te horen hoe collega medici en verpleegkundigen niets durven
en mogen zeggen. Hoe ziekenhuisdirecties en beroepsverenigingen hun
medewerkers opleggen geen uitspraak over deze zaak te doen, onder het
motto “het Recht heeft gesproken, wij respecteren dat.”
Daarmee wordt soms gesuggereerd dat wij ons als comité
respectloos ten aanzien van de rechtspraak opstellen. Maar het gaat ons
erom de rechtspraak gegevens aan te leveren, die in deze complexe zaak
niet meegewogen werden. Zie dit –zonder hybris– als een
daad van verantwoordelijkheid jegens de rechtsstaat.
Daarom blijven we een beroep doen op uw
steun,
waarbij we vooral aan mensen die met Lucia in het ziekenhuis te maken hebben gehad vragen om te reageren.
Op de site staan zowel links naar artikelen in
kranten en
tijdschriften
als links naar
radio en
tv-programma’s
(video en audio) over de zaak van Lucia.
Ook kunt u een
samenvatting
lezen van “Lucia de B. Reconstructie van een gerechtelijke dwaling”,
het beruchte boek van Ton Derksen, wetenschapsfilosoof en medeoprichter
van het comité Lucia. Dit boek, dat de bewijsvoering tegen Lucia
logisch volledig uiteen rafelt, verscheen in juni 2006 en krijgt in
april 2008 een vervolg met Derksen’s
“Het OM in de fout”.
#
Spijtbetuiging aan nabestaanden
Voor de nabestaanden vinden we het dieptreurig dat er steeds weer
publiciteit komt waarbij hun overleden dierbaren (hoe dan ook)
betrokken zijn. Het kan hard zijn om te lezen, dat wij het idee dat
Lucia’s patiënten een onnatuurlijke dood stierven verwerpen.
Het spijt ons oprecht dat er geen andere weg is om aan te tonen, dat
Lucia geen moorden heeft gepleegd en onschuldig is, dan door een
analyse van de gebeurtenissen in het ziekenhuis.
#
Verantwoording
Vaak wordt ons gevraagd: “waarom doen jullie dit?”
De wetenschap dat iemand onschuldig in zo’n nachtmerrie terecht
is gekomen, kan en mag ons inziens niet het zwijgen opgelegd worden.
Het is ook geen kwestie, zoals wel wordt gesuggereerd, dat we
“niet geloven” dat Lucia schuldig is.
Dat is al een foute veronderstelling. Of iemand veroordeeld wordt voor
moord mag geen kwestie van geloof zijn. Er moet, heel ouderwets,
Bewijs
zijn.
Zonder bewijs van schuld mag niemand veroordeeld worden. Zelfs bij
enige twijfel over het schuldig zijn mag iemand niet veroordeeld
worden. Zo iemand heet in een echte
rechtsstaat
“onschuldig”.
Bij Lucia is er geen sprake van enige twijfel rondom haar onschuld.
Er is geen enkel belastend feit dat stand houdt. Justitie dient de
argumenten die tot Lucia’s veroordeling geleid hebben aan de
toets der kritiek te onderwerpen… Waarop wacht men nog ??
Wij wachten op volledige rehabilitatie !!!